Fictie Feuilleton - Dagboek van een uitkeringstrekker, deel 34: Duzuzu Trading

23 juni 2019 18:00:00    

Onze roman in stukjes gaat verder! Vorige week las u deel 33, vandaag deel 34. Het complete verhaal leest u van onder naar boven in ons Fictie Feuilleton dossier.

Vrijdag 1 juli 2016  

Duzuzu Trading bevindt zich op een industrieterrein in het noorden van de stad. Ik zit tegenover de heer Diekstra. Geen Turk, zoals ik eigenlijk had verwacht. Diekstra heeft zich voorgesteld als “de heer Diekstra” zonder zijn voornaam te noemen. Hij is verantwoordelijk voor de sales van Duzuzu Trading. De oprichter van het bedrijf, Coskun Demir, houdt zich vooral met de inkoop bezig. Eigenlijk zou het gesprek met hem plaatsvinden, maar hij is plotseling voor zaken vertrokken naar Turkije.  

Diekstra zoekt mensen die de ingekochte handelswaar op effectieve wijze verkopen aan zowel bedrijven als particulieren. De persoon die ze zoeken heeft er geen moeite mee om veel te reizen en bij allerlei bedrijven langs te gaan. Maar ook koud bellen naar potentiële klanten behoort tot de taken. Zo lang er maar verkoop wordt gerealiseerd. Bij het bedrijf werken twee mensen die de hele dag niks anders doen dan lijsten opstellen met mogelijke kopers van de zaken waarin ze handelen. Die lijsten moet ik gaan gebruiken om te bellen en langs te gaan. Zo simpel werkt het, zegt Diekstra. Het basissalaris ligt vrij laag volgens Diekstra (“dat geldt ook voor mijn salaris”), maar er is een interessante bonusregeling. Van de vijf verkopers die ze nu in dienst hebben, verdienen er twee meer dan de heer Demir, legt Diekstra uit. Dat zegt mij nog altijd niet veel, omdat ik niet weet hoeveel die Demir nou precies verdient. En zelfs al zou het uitstekend verdienen: het lijkt me een vreselijke baan. Ik hou er niet van om zomaar mensen te bellen die ik niet ken, laat staan dat ik bedrijven wil binnenlopen met een verkoopverhaaltje.  

“Eigenlijk heb ik nog nooit in mijn leven iets verkocht,” biecht ik op. “En ik heb ook geen rijbewijs.”

“Niet erg,” zegt Diekstra. “Verkopen kun je leren. We geven iedere nieuwe medewerker een interne opleiding. En een rijbewijs heb je tegenwoordig in tien dagen. Daar kunnen we je bij helpen. Desnoods begin je eerst met telefonische acquisitie.”

“Mijn Turks is ook niet al te goed meer,” zeg ik.

“Ook daar kunnen we vast wel iets op verzinnen. Voor een goede verkoper hebben we veel over.”

“Ik weet niet of ik nog goed contact kan leggen met de meer traditionele groep Turken,” benadruk ik.

“Geeft niks, dat leer je vanzelf weer. Daar heb ik alle vertrouwen in.”

Ik gooi nog enkele blokkades op, maar Diekstra maakt het allemaal niet uit. Alles is snel en gemakkelijk op te lossen. Hij lijkt Cor wel.

Even later verlaat ik gefrustreerd het industrieterrein. Diekstra heeft aangekondigd dat hij me die middag nog een voorstel zal sturen. Als ik wil, kan ik volgende week al beginnen. Dan komt een grote lading Turkse dienbladen binnen die verkocht moeten worden aan Turkse restaurants, theehuizen en grotere Turkse gezinnen.  

Na de lunch begeef ik me naar een klein kantoortje in het centrum van de stad. Daar zetelt een bedrijfje dat Turken helpt om op een goede wijze een start te maken in de Nederlandse samenleving. De organisatie, die stevig wordt gesubsidieerd, is opgericht door Asli Firat.  

“Jij bent toch ook vanuit Turkije in Nederland beland?” vraagt ze.

Dat lijkt me duidelijk. Hoe zou ik hier anders terecht zijn gekomen. “Klopt,” zeg ik. “Maar niet recent. Dat is echt jaren geleden. Als jongetje.”

“Maar in feite ben je wel een immigrant.”

“Technisch gezien wel. Al vind ik mezelf behoorlijk Nederlands na al die jaren. Ik wordt wel semi-geïntegreerd genoemd.”

“Heel goed,” merkt Asli op. “Dat is precies wat ik wil. Turken moeten uiteindelijk volwaardig deelnemen aan de maatschappij. Om dat te bewerkstelligen, help ik ze om aanspraak te maken op allerlei regelingen. We vragen uitkeringen aan, regelen cursussen, doen aanvragen voor alle vormen van gemeentelijke bijstand, en begeleiden ze bij al die stappen. Maar we helpen ze ook bij het omzetten van hun rijbewijs en het inruilen van diploma’s. In ruil ontvangen we een klein deel van de ontvangen bedragen of een kleine vergoeding voor geleverde diensten. Maar dat is voor ons niet het belangrijkste. De meeste inkomsten halen we uit subsidies en donaties.”

Doet me denken aan de tijd dat mijn vader bij de Hoogovens werkte. Toen waren er ook al allerlei bureautjes die mijn vader hielpen om het maximale uit de Nederlandse welvaartsstaat te halen.  

“En wat zou mijn rol precies worden?” informeer ik.

“Een dubbelrol,” zegt ze. “De persoon die we hier gaan aannemen, gaat ervoor zorgen dat nog meer mensen ons weten te vinden. Er zijn nog teveel Turken die zonder hulp de samenleving binnenstromen en zo veel zaken mislopen. Een beetje marketing en een beetje sales dus. Anderzijds word jij voor een bepaalde groep cliënten contactpersoon. Je volgt hun verrichtingen en helpt ze bij allerlei aanvragen. Dat geeft mij iets meer tijd om me met de strategie bezig te houden en subsidies op te halen.”

Het geboden salaris ligt lager dan bij het handelshuis (“je moet het ook doen omdat je de Turkse gemeenschap wil helpen”) al geldt ook hier een interessante bonusregeling: hoe meer Turken ik aanbreng bij het bedrijfje, des te hoger mijn bonus. Zal wel te maken hebben met het feit dat de subsidie ook toeneemt naarmate het bedrijfje erin slaagt om meer Turken te laten integreren.

Als ik rond vier uur die middag thuis kom, wil ik niets liever dan Simone bellen. Haar deelgenoot maken van mijn ellende. Maar dat kan niet. Zij weet niets van mijn plan om zes maanden bewust werkloos te blijven. Bovendien, ik ben al bijna op de helft. Over drie maanden ga ik weer aan de slag. Na mijn vakantie in Turkije. Na de hadj. Nog drie maanden volhouden.

Lees meer »